Deze tekst is een passage uit het boek

                      "Dagboek van twee Pelgrims"

 

 

Pelgrimstocht naar Santiago de Compostela

 

 

The Camino is even something more than just making friends, it is about sharing the experience.

.

 

Satao 8 juli 2012

 

We staan lekker op tijd op om richting Salamanca te rijden omdat blijven op deze camping geen optie is. Het is toch vrij rumoerig in het weekeind als de jongelui even komen uitwaaien.
Om 9.00 kunnen we op pad.
We rijden via Avila naar Salamanca, maar onderweg besluiten we toch door te gaan naar Portugal.
We kiezen voor een camping in de buurt van Viseu.
Bij binnenkomst van het land worden we opgewacht door iemand die ons precies uitlegt hoe het nieuwe tol systeem werkt.
Na anderhalf uur komen we aan op de camping waar we allervriendelijkst worden ontvangen door de familie Pauwels.

Zij hebben hier 8 jaar geleden de camping overgenomen en hebben er een waar paradijs van gemaakt.
Alleen een staanplaats zoeken is al een dag werk hier.
Het is een enorm uitgestrekt terrein, met overal aansluitpunten voor stroom en voldoende tappunten voor water.
Theo, de eigenaar, geeft ons een perfecte tip als we vragen waar we goed kunnen eten.
Dan moet je naar Lamas, Restaurant Adega, zegt hij en dat is achteraf een gouden tip.
We besluiten de dag met een voortreffelijk diner voor twee.

De volgende dag nemen we het er maar eens goed van, een soort van rustdag.
Die kunnen we ons permitteren omdat we op één dag van Madrid naar hier zijn gereden, waar twee dagen hadden voorzien.
Het gloednieuwe winkelcentrum in Viseu is ons doel.
Na een enkel bloesje en een tas met boodschappen keren we een fiks aantal uren later huiswaarts.
We kijken uit naar de eerste serieuze training van morgen.

Van Theo hebben we al bij aankomst een paar goede tips gekregen waar je goed kunt wandelen.
De wandelingen zijn uitgezet in een reusachtig gebied en worden aangegeven door middel van bolletjes en pijltjes in de kleuren blauw, rood en groen. Het is even goed opletten maar al snel hebben we de draad te pakken.
We kiezen voor de rode wandeling en denken dat deze een km. of 17 zou moeten zijn.
Maar na anderhalf uur flink doorstappen, staan we ineens weer op de camping.
Even naar Theo verhaal halen, maar hij zegt:”Zeker niet goed opgelet Thomas, de rode en de blauwe wandeling zijn even lang maar als je nog even de blauwe erachteraan doet, dan heb je toch je aantal uren vandaag.
Trouwens de blauwe route is voor dummy’s!!” schatert hij.

 

Dinsdag 10 juli 2012

 

Voettocht naar de Kapel van St. Barbara.

Een schitterende tocht met heel veel afwisseling in hoogte meters. Maar ook de wegen en paden zijn zeer verschillend in structuur. Zand-en rotspaden en stukken asfalt zijn ons deel deze tocht.
De eerste ontmoeting is met een vrouw die grote groene planten aan het begieten is.
Na wat handen en voeten conversatie zijn wij er achter dat het pompoenen zijn.
Deze worden hier in de omliggende dorpen massaal gekweekt.
Jaarlijks is hier een groot festijn om te kijken wie de grootste pompoen heeft en het geheim weet om hem zover te krijgen. De winnaar geeft zijn geheim niet prijs.(Of zou de geluksfactor toch een rol spelen?)

We zetten onze tocht voort en maken nu serieus hoogte.
Na ongeveer een uur zijn wij aan de zuidkant van het dal op de top en kijken uit over een aantal dorpen. Deze zijn voor een groot deel verlaten en je vindt er dan ook nauwelijks mensen meer.
Dan volgt een hele lange afdaling richting het volgende dorp.
We lopen langs een kleine houtzagerij en komen nu op een kruispunt waar we niet gelijk kunnen vinden welke kant wij op moeten.
Renée gaat rechtdoor en ik probeer het naar links of we de blauwe pijl of bol kunnen vinden.
Afgesproken is dat we ongeveer 200 m. in die richting lopen en als er dan nog geen aanduiding is we weer terug gaan en het nogmaals in de andere richting proberen.
Uiteraard kiezen wij vaak de verkeerde weg maar na goed om je heen kijken lukt het meestal wel weer om het goede pad te vinden.
Het volgende dorp is Duas Igrejas, nog mooi en echt authentiek. Hier volgt een tweede ontmoeting, nu met een mevrouw die bij een grote wasplaats is waar de mensen naar toe komen om de was te doen of, zoals we nu zien, een tapijt te reinigen.
Ze spreekt goed Frans en legt ons uit dat het reinigen van het tapijt op deze manier erg goed gaat en er door het spoelen geen zeepresten meer achter blijven.

Bij het verlaten van het dorp zien we de geweldige villa’s die hier in de heuvels zijn gebouwd. Maar ook een groot aantal met een bord “te koop” in de tuin.

Er blijken in deze streek veel Nederlanders hun tweede of permanente woning te hebben. Waarschijnlijk doet de financiële crisis er geen goed aan en moeten veel mensen nu weer van hun huis af.
Na het dorp moeten we weer flink omhoog lopen en de zon krijgt nu ook vat op ons. Het wordt warmer en warmer, de lange broek en trui kunnen uit.
In de verte zien we de kapel van St. Barbara liggen.
In twee uur en een kwartier zijn we boven en lassen we een rustpauze in om de lunch te nuttigen.

Theo vertelde mij gisteren dat er wel heel veel Europees subsidie geld naar hier vloeit maar het op geen enkele manier rendabel wordt gemaakt.
De St.Barbarakapel is voor 100.000 euro opgeknapt en er wordt in werkelijkheid maar eens per jaar door de bevolking een processie naar toe georganiseerd.
Volgens Theo komt hij er meer met wandeltochten, die hij organiseert vanaf de camping met mensen die willen genieten van het formidabele uitzicht, dan de plaatselijke bevolking.

Na de lunch lopen we ongeveer anderhalf uur boven over de kam van de heuvel.
Dan komt er een viersprong waar we echt geen bol maar ook geen pijl kunnen vinden.
Renée en ik besluiten recht door te gaan, zoals is af gesproken. Bij geen aanduiding:
Weg vervolgen.
Maar na een aantal minuten vindt Renée het wel OK en gaat weer terug op zoek naar een blauwe aanwijzing. Omdat het onkruid ook hier welig tiert vind je soms geen pijl of bol terug.
Ik besluit het toch nog een stukje te proberen maar na een minuut of vijf ga ook ik maar weer terug.
Op een gegeven moment hoor ik Renée in de verte de longen uit haar lijf schreeuwen, dat ze de juiste route weer gevonden heeft.
We hadden toch rechts af moeten gaan in plaats van recht door. Maar dit maakt het wel leuk en houd je tot het laatst geconcentreerd om geen foute afslag te nemen.
Nu nog een vrij steile en stenige afdaling en we zijn weer terug op de camping.
Vier en een half uur was deze tocht en dan is het wel lekker om de rugzak met twaalf kilo af te doen en de voeten weer een beetje rust te geven.

Om vijf uur komt er een Fransman de camping op rijden en parkeert zijn caravan ongeveer in de tent van onze buurman. Terwijl de camping zo groot is dat je ongeveer een halve dag nodig hebt om hem rond te lopen.
Ook het neerzetten van de caravan gaat niet helemaal vanzelf.
De familie arriveert om 17.00 uur en heeft om 17.01 uur een plaats gevonden.
De caravan neerzetten is klaar om 18.15 uur, na met een steeds maar piepende mover vooruit en achteruit te hebben gereden. He, hè, eindelijk hebben ze hem staan.
(Alle begin is tenslotte moeilijk.)
Dan hoor ik de stem van de Theo, de camping eigenaar.
Hij is niet echt te spreken over de plaats die de familie gekozen heeft en verzoekt hen vriendelijk doch dringend een ander stekkie te zoeken en niet de caravan in andermans tent te parkeren met zoveel ruimte.

Fase twee breekt aan: de caravan wordt weer aangekoppeld en zonder pardon van de blokken gesleurd. Zonder de Mover van de wielen te halen wordt geprobeerd het spul te verplaatsen, wat alleen een hele hoop gepiep en veel stof oplevert.
Na honderd meter staat alles weer stil en wordt er een goed idee uitgewerkt om het hele spul op een juiste plaats te krijgen.
Het wordt: Mover verwijderen van de wielen, buiten de camping gaan draaien, want een meter achteruit rijden kan de man niet en dan staat uiteindelijk om 19.30 uur het hele spul op de juiste plaats en keert de rust terug op camping Quinta Chave Grande!!

Hopelijk zijn we sneller als de jongen hier onder als we echt aan de Camino beginnen.

 

Vanaf vandaag echte “Pelgrims”

 

Gisterenmorgen vertrokken met stralende zonneschijn uit Satao. Maar de aankomst in Candemil was wat minder. Een zeikende regen was ons deel.

Maar door de jaren flink gehard heeft het weer op ons geen invloed. Multisleur netjes neergezet, kleine luifel er aan, klaar. En nu maar wachten tot het droog wordt!!

 

São Bento da Porta Alberta 14 juli 2012

 

Gelukkig: vandaag belooft veel goeds. Er is door onze vrienden de Meteorologen veel mooi weer in het vooruitzicht gesteld.
Om half elf is de dropping door de campingbeheerder en kan het echte werk beginnen.
De Camino naar Santiago de Compostela wacht!!

 

                                  “De Start”

 

Dag 1

 

Op weg naar Santiago de Compostela.

Gisteren hebben wij een afspraak gemaakt met Gea, van camping Convivio, om ons half elf op het Pelgrimspad naar Santiago de Compostela te zetten.
Om klokslag 10.15 uur staat op de camping iedereen in de startblokken om ons uit te wuiven.
De” Multisleur” wordt keurig in een hoekje van de camping geplaatst en de auto er naast.
We hebben vanmorgen de rugzakken opnieuw gepakt en nog een keer goed gekeken of we niet teveel aan spullen hebben ingepakt.
Er komen natuurlijk nog wat extra dingetjes en grammetjes bij die wij thuis niet hadden meegewogen.
Renée komt uit op ongeveer 8 kg. en de rugzak van Thomas op 12 kg. Samen 20 kg. aan kleding, toilet artikelen en allerlei dingetjes voor een blaartje of pijntje.
Er gaat ook een mini tablet (computer) mee, daar gaan we onze blog mee bijwerken als we een goede internet verbinding hebben.
Om 11 uur staan we voor de kerk waar we onze eerste officiële stempel op de route krijgen en zijn we vanaf nu echte geregistreerde pelgrims. Bij het uitstappen van de auto zien wij gelijk de eerste pelgrims lopen. Behoedzaam zetten wij onze eerste passen op de Camino Portugues.

Het is gelijk een hele steile afdaling van ongeveer drie kilometer met veel los liggende stenen zo groot als aardappels die gebruikt worden om patat van te maken.

Door de goede voorbereiding hebben we snel de juiste tred te pakken en lopen we gelijk de eerste twee uur door.

Via een prachtig pad, afgewisseld met stukjes asfalt, bereiken we het volgende dorp.
Hier worden we aangemoedigd met “Buen Caminho” en een klein jongetje maakt ons er op attent dat we bij het waterpunt onze dorst moeten lessen; dat doen ze allemaal, legt hij ons uit.
Even later bij het passeren van een kerkje worden wij uitgenodigd door een mevrouw die vraagt of we een stempel willen in ons Pelgrimspaspoort.
Deze zijn nodig, minimaal twee per dag, om te controleren of wij wel de reguliere route lopen en ons niet laten vervoeren in bussen of taxi’s. Vriendelijk worden onze Credencial del Péregrino afgestempeld en we krijgen ook nog goed bedoelde raad en een bidprentje mee.
Even verderop kopen we in een klein winkeltje 4 broodjes en twee bananen, dat is onze wat verlate lunch. De kosten van dit geheel zijn slechts 76 eurocent.
Op een groot basaltblok eten wij dit smakelijk op en filosoferen waar we de nacht gaan doorbrengen.
Als Pelgrim mag je intrek nemen in een speciaal ingerichte Albergue en voor 5 euro kan je hier dan slapen.
Maar dat heeft ook een keerzijde. Je ligt dan wel met minimaal 30 personen op een zaal en dat is juist niet wat de nachtrust ten goede komt.
Al wandelend richting onze eerste overnachting besluiten we om een Hostal te bellen en zo een bed te regelen.
Na vier en een half uur bereiken we de stad Valenca do Minho en zien we de verschillende pelgrims een onderkomen zoeken.
Via het goede routeboekje van Stein hebben we een telefoonnummer van een hostel gevonden en als we daar naartoe bellen zijn we van harte welkom.
Een eigen douche en wc en een goed bed zijn meer dan welkom en dat voor maar 20 euro.

Lekker opfrissen en dan nog even de prachtige ommuurde stad bekijken en een goed “menu del dia” wegwerken. Deze dag kan niet meer stuk.

Wij hebben vandaag genoten van de sfeer en de vriendelijkheid van de mensen.
Iedereen heeft een goed woord voor je.
Wij zijn na dag één al verslaafd aan het pelgrimeren.
Vroeg onder de wol; morgen steken wij de grens naar Spanje over en verliezen we gelijk een uur door het tijdverschil tussen Portugal en Spanje.

 

Dag 2 Valenca do Minho naar O Porriño

 

Om 7.15 uur vertrekken we uit ons Hostel. We hebben voor een vroege start gekozen om het uur tijd verschil met Spanje te overbruggen.
Richting het centrum van Valenca do Minho zien we van de andere kant al enkele Pelgrims lopen.
Eerst een blonde vrouw en daar achter een man en vrouw die wij herkennen van onze start in San Bento.

Gezamenlijk gaat het richting de stalen brug die de verbinding is tussen Portugal en Spanje.

Vanaf de brug fotograferen we eerst Valenca do Minho en daarna Tui, twee prachtige steden. Over de brug worden we opgewacht door een aantal Spaanse douanebeambten die echter alleen maar goedkeurend knikken bij het binnen lopen van Spanje. Wij sluiten aan bij, wat later blijkt, een Duitse man en vrouw en we lopen met hen richting de kathedraal van Tui.
Na een forse klim naar boven vinden we de deur helaas nog gesloten. Op het bordje bij de ingang staat dat de kathedraal om 9 uur open gaat en het is pas 8.45 uur, dus is het tijd om even de rugzak af te doen en een kleine “verplichte” pauze in te lassen.

De Duitse medepelgrim maakt zijn rugzak open en haalt een zak met ongeveer 3 kilo pruimen tevoorschijn. Hij vraagt vriendelijk of wij ook niet een handje vol willen nemen, want dat scheelt nogal in het gewicht.” Ik heb ze gisteren gekregen van mensen die langs de Camino wonen”. Gezellig pratend op de stoep bij de kathedraal en heerlijk genietend van zo’n fijn ontbijt ( dat hadden we nog niet gehad) gaat om 9.00 uur de deur open en krijgen we de eerste stempel van vandaag.
Het Duitse stel blijft nog wat na, ook al hebben ze verteld dat zij nogal wat tijd hadden verloren in Portugal en nu min of meer 30 km. per dag moeten lopen omdat ze anders het vliegtuig missen in Santiago de Compostela terug naar Duitsland.
10 minuten later vinden wij de eerste bakker die open is en hier proberen we een croissant en een stokbrood voor tussen de middag te scoren.
Binnen bij de bakker staat de blonde vrouw die we op de brug naar Tui ook al hebben gespot. Het blijkt later Anna te zijn, een Duitse uit Berlijn. “Ik sta al een minuut of 5 te wachten en heb al een paar keer geroepen maar er komt niemand opdagen” zegt ze.
Opeens gaat er toch een raam open boven de winkel en er verschijnt een vriendelijke mevrouw. Zij komt naar beneden en helpt Anna en ons aan de croissants en het brood. Zelfs een half stokbrood is geen probleem.
Ook voorziet ze onze Credencial weer van een stempel.
We lopen verder en verlaten Tui. Je kunt merken dat er hier veel pelgrims starten; het is gelijk wat drukker als in Portugal.
Dat komt waarschijnlijk doordat het vanaf Tui 115 km. lopen is naar Santiago de Compostela en dat is net iets meer dan de minimale afstand van 100 km. die zonder onderbreking gelopen moet worden om in
aanmerking te komen voor de Compostela (een soort getuigschrift dat je aan de eisen hebt voldaan.)

Ook zien we al veel pelgrims zonder rugzak lopen. Die rugzakken blijken te worden vervoerd door een touroperator die veel van dit soort evenementen aanbied.
Dat is voor ons geen optie. Wij vinden dat het zo het doel voorbij schiet. Er mag best een beetje worden afgezien en het moet niet op een vierdaagse gaan lijken.
Het hoeft voor ons ook niet alleen een spiritueel uitje te worden.
Een combinatie van cultuur, sportief bezig zijn en spiritueel past het best bij ons om “de Camino” een keer te doen en daar hoort het sjouwen van je eigen spullen ook bij.
Het is voor mij (Thomas) toch totaal anders dan in 2001. Toen heb ik de Camino Portugues op de fiets gedaan, alleen. Ik geniet nu veel meer. Niet alleen dat wij samen lopen maar het is veel minder gehaast.
Soms lopen we uren alleen en filosoferen over van alles en nog wat. Mijn gedachten gaan ook steeds terug naar wat onze familie de laatste tijd bezig houdt. We weten weer dat gezondheid het grootste goed is wat een mens heeft en dat in een flits de hele wereld op zijn kop kan staan.
We naderen het hoogste punt van de dag. Er hier is een waterpunt met bankjes plus een dak met veel schaduw ingericht.
Hier moeten we zelf een stempel zetten in onze Credencial om te laten zien dat je hier voorbij bent gekomen. Er zijn ook maar twee mogelijkheden om langs dit punt te komen, namelijk te voet of op de fiets.
Als we de plaats verlaten zien we op een bankje in de zon Anna voorover gebogen liggen slapen. Zou het goed zijn
met haar denken wij samen hardop, maar we durven haar ook niet te storen. In de brandende zon gaan pitten is niet alles weten we.
Dan komt het meest deprimerende stuk van de hele tocht: een industrieterrein met een lengte van ongeveer 6 km. met daarin een kaarsrecht stuk van 2.6 km.
Het is zondag en er is geen enkele auto te zien en niet één boom met wat schaduw en dat bij een temperatuur van 30+!
Na 7 uur stappen bereiken we O Porriño en vinden, na wat speurwerk, de hostal die wij telefonisch hebben geregeld.
Als we gaan eten zien we Anna gelukkig weer lopen en zeggen haar dat we een beetje ongerust waren om haar zo in de zon te zien liggen.
Ze wuift het weg en zegt geen probleem te hebben, gelukkig maar. Dag twee zit erop!!

 

Dag 3 O Porriño naar Redondela.

 

Om 7.45 uur vertrekken we uit ons hostel. Om de hoek is een bar die een ontbijt serveert al open. We bestellen 2 croissants, dat zijn complete maaltijden in Spanje en een koffie en thee.
Voor de bar staan 3 pelgrims nog gauw een pakje sigaretten weg te paffen voor zij ook op weg gaan.
Vandaag is het zeker geen makkie. Het gaat richting Redondela flink omhoog en er zijn een aantal lastige passages bij. Bijvoorbeeld: echt de Romeinse weg zoals hij bedoeld is, met grote brokken steen en zeer steile stukken.
Na een uur of anderhalf zijn we in Mos, een klein oord waar ook een Albergue is waar pelgrims kunnen overnachten.
Even voor de herberg word ik aangesproken door iemand die met een auto de berg af komt zakken. Hij vertelt in rap Spaans dat we alle zegen krijgen en overhandigt mij een kleine Jakobsschelp, mooi met een stift bewerkt en hij benadrukt dat dit ons geluk zal brengen.
We kijken even in de herberg waar de laatste pelgrim net uit de douche komt en nog op weg moet gaan. Er staan 12 stapelbedden op een rij en het ruikt er ook niet bepaald fris.
Aan de overkant is een klein barretje waar wij een stempel krijgen en waar we gelijk maar een pakje Serano jamon(= ham) meenemen voor op een stuk stokbrood voor de lunch.
We hebben intussen geleerd om te zorgen dat er voldoende mondvoorraad is en niet om te komen van honger en dorst.
Vanaf de herberg gaat het echt Spartaans steil omhoog. Af en toe kijk ik naar Renée. Ik snap het niet dat zij zonder noemenswaardige training zo iets kan.

Een rugzak van 8 kg. meezeulen dat doe je niet zomaar, maar Renée schijnt daar geen last van te hebben.
Ze zegt dat ze zich er op ingesteld heeft en het ook nog heel leuk vindt en dan kan een mens veel!

We lopen door naar Santiaguino de Antas en zijn dan voor vandaag op het hoogste punt; 232 meter boven zeeniveau. Dat lijkt niet veel maar telkens kom je weer terug op nul omdat de zee hier hemelsbreed niet ver vandaan is.
Even voorbij een bushokje zie ik een paar afgetrapte schoenen liggen, waarschijnlijk achtergelaten door een
Pelgrim.
Terwijl ik een foto maak, duikt ineens Anna weer op. Ze zegt ons al eerder gezien te hebben die morgen, toen zij zat te ontbijten.
Ze loopt een stuk met ons mee en vertelt dat dit haar tweede pelgrimstocht is.
Eerder had ze de Camino Primitivo ook al gedaan, die komt van het noordoosten van Gallicië. Maar qua natuurschoon wint deze het met verve zegt ze.
Na een uur samen te hebben gewandeld gaan wij het stokbrood met jamon maar eens wegwerken en Anna gaat nog een stuk verder richting Redondela.
Omstreeks 12.45 uur zijn wij ook in Redondela en zien nog juist het Duitse paar voor ons die de kilo’s pruimen hadden gekregen.
Zij hebben veel haast en moeten vandaag een extreem lange dag maken om maar niet het vliegtuig te missen.
Voor het eerst moeten we ook gebruik maken van een Albergue Péregrino. Weliswaar een privé onderkomen, maar toch. We wachten keurig tot 13.00 uur. Dan pas kun je gebruik maken van de faciliteiten van de
Albergue Péregrino.

We zien dagelijks de meeste pelgrims in een lange sprint spurten om maar als een van de eersten voor de deur van de Albergue te gaan liggen om zo van een bed verzekerd te zijn voor 5 euro.
In de privé Albergue betaal je iets meer per persoon, maar de kans is groot dat je toch een eigen kamer krijgt en maar met 4, 6 of maximaal 8 pelgrims de kamer moet delen.
Dit keer hebben wij geluk. De deur gaat open (ook al zien we niemand) en we instaleren ons in een vier
persoonskamer.
Ik bel nog voor de zekerheid of het goed is maar de uitbater zegt dat het geen probleem is.

Even later komt er iemand aan de deur en vraagt aan mij of ik een kamer voor een nacht heb. De man lijkt wel een ontplofte meloen. Hij heeft een heel opgezwollen gezicht van de warmte.
Hij legt mij uit dat ze van de kust komen en dat daar de bewegwijzering van de Camino een hel is en zijn vrouw en dochter al een paar dagen 30 km. en meer hebben gelopen. Ze zijn behoorlijk uitgeput. Nu staan zijn vrouw en dochter in de rij bij de Albergue, maar het is zo druk dat hij bang is dat er weinig kans op een goede nachtrust is. Hij is daarom op zoek naar een alternatief.
Na hem te hebben uitgelegd dat ik niet de uitbater ben maar een klant, heb ik hem het telefoonnummer van de eigenaar gegeven en had hij snel een bed voor de familie.
De tip in het boekje van Stein om toch vooral bij restaurant Nautilus te gaan eten en dan het pelgrimsmenu te nemen, nemen we graag ter harte.
Maar, helaas!! Nautilus is op maandag dicht, jammer.
Eerst maar een wijntje. Dat drinken ze hier uit een stenen mok die eerst wordt ingevroren!

Dan op zoek naar een vervanger en dat lijkt in eerste instantie niet zo gemakkelijk. In Spanje heb je vaak een bar, annex eetgelegenheid, maar deze keer zien we steeds alleen een bar. We lopen toch een van de kroegjes in om te vragen waar we kunnen eten. De uitbater loopt met ons mee naar buiten en wijst ons de weg naar een collega, waar we wel kunnen eten. Dat noem je nou eens collegiaal!
In het aangewezen restaurant loopt een hele vrolijke juffrouw rond, die ook nog een klein mondje Engels spreekt. Ze heeft er duidelijk plezier in om de Spaanse gerechten waarvan we niet meteen begrijpen wat het is aan ons in het Engels uit te leggen. Uiteindelijk komen we eruit wat de mogelijkheden zijn en krijgen we een uitstekend menu.

Dag 3 zit er op slaap lekker!!

 

Dag 4 Rondodela naar Ponteverdra.

 

Als je net lekker ligt te tukken en je hoort een hoop herrie dan denk je:
“Hoe kan dat nou?”
Al snel blijkt dat zich nog een paar late gasten hebben aangemeld bij de uitbater.
En aangezien iedere euro er een is zijn ze waarschijnlijk met veel egards ontvangen.
Als je dan denkt helemaal alleen in een Albergue te zijn dan kan ik mij voorstellen dat alle riemen los gaan. En als je dan ‘s morgens ineens meer geluid hoort uit andere kamers, dan is dat even schrikken.

Dat overkwam een drietal dames bij ons in de Hostal die heel laat aangereisd kwamen uit León om de volgende dag ook een aantal dagen te gaan lopen op de Camino.
Een mooi gezicht als gelijktijdig de deuren open gaan en een van de dames, nog half naakt, zich richting de herendouche spoed. Ik ben haar net voor, jammer!!
Het wordt ook onmiddellijk stil nu ze ontdekken dat wij er ook zijn. (Standaard kwart voor zeven staan wij op.)
We hebben de avond daarvoor al gekeken welke bakker er het eerst open is voor een stevig ontbijt. Op slechts 100 meter kunnen wij al aanschuiven. Een reuze croissant en nog wat goed bedoelde snacks en we kunnen weer los vandaag. Er wacht een bijzonder zware dag. De weersvoorspellingen zijn dat het vandaag zeker ver boven de 30 graden wordt. En dat op een van de zwaarste dagen van deze onderneming met behoorlijk wat
hoogteverschillen. Er zijn stijgingen tot wel 35 procent
over een zeer rotsrijke bodem en losliggend gesteente.
Wij denken dat we zeker een uur of 6 nodig hebben als het er geen 7 worden.
Ook de 3 dames beginnen aan hun avontuur. De stad uit hebben ze nog veel lol met elkaar maar de stemming slaat snel om in gesteun en gekreun omdat het niet allemaal vanzelf gaat.
In het eerste stuk zit ook nog een prachtige brug en net als we die gepasseerd zijn horen we boven ons hoofd een papegaai constant roepen:” Agua, Agua, Ola, Ola”

Wat zoveel betekent als “Water, water, hallo, hallo”.
Het toeval treft dat deze vogel precies boven een barretje zit en ik de uitbater verdenk hem daar te hebben gestald om zo mensen voor zijn terras te strikken.
We hebben de pas er aardig in en zijn goed gewend aan het ritme van vroeg opstaan en aan het dragen van de rugzakken.
Na drie en een half uur nemen we een pauze om ook weer wat te eten en drinken.
En dan duikt Anna ineens weer op. Ze wordt hartelijk begroet door ons. Ze vraagt aan ons of het goed is dat ze een stuk met ons oploopt.
En tijdens de laatste paar uren horen we het een en ander van haar. Ze was tolkvertaalster in Spaans en Arabisch maar is bezig met omscholing als verpleegster en wil dan in de ontwikkelingshulp.
En dan komt ook het verhaal dat ze tijdens deze pelgrimstocht behoorlijk ziek is geworden. Een nierbekkenontsteking was er de oorzaak van dat ze 3 dagen moest rusten en een behoorlijke dosis antibiotica moest slikken.

Dat betekent voor haar in Pontevedra het einde van deze tocht, omdat ze anders het vliegtuig mist naar Berlijn. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar de dag dat ik Anna voorovergebogen zag liggen in de brandende zon en dat met een behoorlijke dosis antibiotica in je lijf.
Zeer gevaarlijk denk ik en gelukkig goed afgelopen.
Maar triest is het wel als je je er op verheugt om de Camino tot een goed einde te brengen.

Vlak voor Pontevedra worden we opgevangen door een man op een fiets.
Hij biedt ons een Sint Jacobs schelp aan. Hij is heel begaan met het fenomeen Pelgrim.
Even later zegt hij dat er een pad is waardoor je niet in de brandende zon hoeft te lopen (het is inmiddels 32 graden) maar door het bos.
We gaan op de uitdaging in en zien dat hij er een soort alternatieve Camino van gemaakt heeft, met zelf ontworpen richting aanduiding. Maar wel lekker om onder de bomen het laatste stuk te wandelen en zeker voor Anna want die zit er wel een beetje door zo te zien.
Met een half uur zijn we aan de grens van Pontevedra en daar is gelijk de Albergue Péregrino en het station.
We nemen afscheid van Anna en wensen haar verdere beterschap en succes met haar opleiding.

Wij moeten nog een stuk verder op zoek naar de hostal die we geboekt hebben.
En dat is niet eenvoudig. Niemand kent het adres en ook de hostal niet. Uiteindelijk brengt een taxichauffeur redding en wijst precies waar moeten zijn.

De was vindt een plaatsje aan de reling van het balkon.
Sokken en shirt hebben aan het eind van de dag wel een sopje verdiend.
Hygiëne is erg belangrijk bij temperaturen van 35 graden plus.

Na lekker opgefrist te zijn gaan we op zoek naar de Peregrina want die bestaat ook.
Haar beeltenis staat in een prachtig schelpvormig gebouw en zij is de Patrones van Pontevedra.
Ook bezoeken we nog de Basilica Santa Maria la Mayor.
We lopen de stad nog een beetje door en sluiten de dag af met een maaltijd op het terras. En dat is dag 4: ‘heet en zwaar’, maar de helft zit erop en nog steeds lopen we met veel plezier!

 

Dag 5 Pontevedra naar Caldas de Reis.

 

Gisteravond na de maaltijd even snel bij de bakker geïnformeerd hoe laat hij ’s morgens open gaat. Dat is om 7.30 uur, een mooie tijd om de dag te beginnen. Even een café con leche met een broodje en dan op pad voor

Het is 23 km. lopen naar Caldas de Reis. Het eerste stuk de stad uit is snel gepiept. Over een fraai gedecoreerde brug verlaten we Pontevedra.
De volgende 5 km. worden we langs de N550 gejaagd en dat is geen pretje. Ik houd dan ook angstvallig de bewegingen van de chauffeurs in de gaten dat ze niet al te dicht onze richting kiezen.
Maar na die 5 km. komen we in een heel fraai natuurgebied terecht.
We gaan gelijk maar aan de koffie met koek omdat de reisgids vermeldt dat er verder op deze route niet al teveel mogelijkheden zijn om de inwendige mens te versterken.
Na ongeveer 10 minuten krijgen we gezelschap van een Frans sprekend gezin dat ook bezig is de Camino te lopen.
Ze duiken op het terras en de schoenen gaan uit om de voeten een beetje te luchten.

Ze duiken op het terras en de schoenen gaan uit om de voeten een beetje te luchten.
De oudste dochter gaat in bar de consumpties bestellen en komt terug met een koffie met melk en een koffie zwart.
Heel voorzichtig gaat bij moeder de tas open en er worden wat koekjes te voorschijn getoverd en genuttigd. De kinderen krijgen verder niet iets te drinken en dat vinden we toch een beetje raar bij zulke temperaturen. Maar er zijn natuurlijk nog ouders die vinden dat kinderen Spartaans opgevoed moeten worden en mijn gevoel zegt dat dit zo’n echtpaar is. Na twintig minuten vertrekken wij weer en worden door de vader in het Nederlands aangesproken. Het blijkt dat ze uit Luik komen.
Ik maak hem mijn complimenten voor het Nederlands dat hij spreekt.
Hij wuift dat weg en zegt alleen een klein beetje onze taal machtig te zijn. We wensen elkaar Bom Camino en gaan verder op pad.

De route wordt nu als maar mooier, we lopen o.a. onder de wijnranken door.
Deze zijn speciaal langs hoge betonpaaltjes gezet zodat er eventueel nog een gewas onder kan groeien, een zeer fraai gezicht.
We genieten echt met volle teugen en hebben al diverse malen tegen elkaar gezegd dat dit niet voor het laatst is dat we deze capriolen uithalen.
Het is een verademing om zo te genieten en alleen maar bezig te zijn met: Waar kan ik wat te eten krijgen en is er ergens nog een bed beschikbaar?

De sores van alle dag vergeten en alleen maar genieten in optimaforma. Na zeven uur bereiken we Caldas de Reis en
net als de voorgaande avonden hebben wij telefonisch een bed besproken en dat werkt prima. Na een goede douche gaan we op zoek naar een oude Romeinse brug die in het dorp moet zijn. Een bezienswaardigheid op zich.

Naast deze brug is ook de Albergue Peregrino’s waar we even naar binnen gaan om te kijken.
Hij ligt al helemaal vol met ronkende pelgrims en ook zie ik het Belgische echtpaar met hun zoon en dochter.
Het is pas vier uur in de middag en nu is er al geen bed meer vrij.
We merkten het vandaag op de Camino al dat er veel pelgrims zijn die met elkaar een verbond sluiten om samen te wandelen en elkaar er doorheen te slepen.
Je ziet ook de meest exotische uitdossingen: Met een zelf gesneden Jacobs staf inclusief kalebas en schelp, met of zelfs bijna geen schoeisel aan.
En je ziet aan de gezichten dat het grote lijden is begonnen.
Wij vinden dat het een geweldige uitdaging is en het moet niet lijken op een strooptocht naar de hel!!
Het is vandaag 18 juli ’12 Renée en ik kijken elkaar aan. Een hele bijzondere dag.
Vandaag is het 33-55-66 en dat vraagt uiteraard om uitleg.
Precies 33 jaar samen, Renée is 55 jaar jong en Thomas is 66 jaar oud. En daarmee is deze quiz ook weer opgelost.
Dat moet toch ook een beetje gevierd worden met een glaasje rood en een menu del dia vinden wij.
We kiezen voor een locatie aan het water en gaan er eens goed voor zitten.
Maar de pechduivel slaat toe. We hebben in al die tijd dat we nu in Spanje zijn nog niet zo slecht gegeten en dat is jammer.
Maar gelukkig hebben elkaar nog (en de foto’s) en we gaan op naar 44-66-77!!

Einde van dag 5.

 

Dag 6 Caldas de Reis naar Padrón.

 

Op water en brood gaan wij vandaag op pad. Er is nergens nog een Patisserie zaakje open om ons te voorzien van de nodige koolhydraten. Volgens het kaartje moet er na vijf kilometer een eetgelegenheid zijn. Het eerste stuk is een beetje saai, weer die N550 die opduikt en een paar keer moeten worden overgestoken.
En dat doe je niet voor je plezier. Als er een ton of 50 op je afkomt, is het rennen voor je leven. Sommigen vrachtwagens maken veel ruimte, maar er zijn er ook bij die de slaap nog uit hun ogen zitten wrijven, linke soep dus.
Maar na een kilometer of 3 is de ellende voorbij en komen we weer in landelijk gebied met prachtige vergezichten.
De maïshuisjes nemen de overhand in het landschap en de druivenranken worden minder en minder.
Na 5 km. krijgen we een aanduiding dat er een snack te halen valt en daar zijn we aan toe. Water en brood is niet alles.
Als wij het barretje binnen komen is het al een drukte van belang.
Veel pelgrims krijgen naarmate de eindstreep nadert steeds meer haast. Binnen een kilometer van elkaar zijn we zeker met wel 35 tot 40 pelgrims die constant om elkaar heen draaien.
Dan pauzeert de een en dan de ander zodat je elkaar steeds weer ziet. Net als we binnen zijn komt ook de Belgische familie de bar binnen.
De tafel naast ons is nog vrij en ze strijken neer nadat ze ons eerst vriendelijk hebben gegroet.
En weer het zelfde ritueel: de dochter bestelt koffie met melk voor vader en een sterk bakje zonder melk voor moeder plus een chocolade broodje.

Dat broodje wordt vakkundig in vieren gedeeld en opgepeuzeld. Het volgende ritueel had ik ook nog niet zo vaak gezien.
Bij de koffie met melk wordt het kannetje met op-geschuimde melk op tafel gezet.
Dit wordt door de dochter met een lepeltje vakkundig tot de laatste druppel leeg gelepeld.

En dan volgt er een eindeloze discussie of er een of twee stokbroden mee moeten voor onderweg.
Het worden er twee en het lijkt dat er een stevige lunch volgt op het in vieren gedeelde chocolade broodje.
Er volgt een stempel in de Credencial en de familie gaat weer op pad. Wij hebben intussen ook de traditionele croissant achter de kiezen en besluiten ook maar weer eens verder te gaan want de dag is nog lang.
Het stuk wat nu volgt is erg mooi langs de Rio Bermana en vervolgens langs de Rio Valga.
Vlak voor Padrón doet zich een merkwaardig fenomeen voor.
We worden aangehouden door een controleur die de Credencial van ons wil zien en daarbij aantekeningen maakt in een map.

We vragen waarvoor dit is. Hij legt uit dat alle pelgrims geteld worden zodat men weet hoeveel er op die dag richting Padrón lopen en hoeveel slaapgelegenheid er moet zijn.
Daarbij zegt hij gelijk dat het vandaag zeer druk is en dat slapen in een Albergue Péregrino bijna niet mogelijk is.
Maar zoals op de voorgaande dagen hebben wij gisteren al een bedje geregeld.
En dat nog wel in de mooiste Hostal dat Padrón rijk is.
Net als we op weg zijn naar de Hostal word ik op de schouder getikt door de vader van de Belgische familie met een enorm rood hoofd (van de warmte of van de stress?) Hij vraagt of ik weet waar de Albergue Péregrino is.
Onderweg had ik gezien dat dochter en zoon het looptempo duidelijk hadden verhoogd.
Nadat zij ook bij de controleur te horen hadden gekregen dat de Albergue al zo goed als vol is werden zij min of meer vooruit gestuurd om een paar bedden te bezetten.
Ik wijs hem de weg waar hij erg gelukkig van wordt. Zo hoort het ook bij Peregrino’s onder elkaar.

Later die middag bezoeken we de St. Jacobskerk waar Jacobus, de patroonheilige van deze Camino, per boot aan land zou zijn gekomen. De resten van de meerpaal zijn te zien in deze kerk.

Op verzoek wordt door een suppoost van de kerk het licht bij het altaar aangestoken.
Op de terugweg naar de Hostal om even uitgebreid in bad te gaan worden wij aangesproken door Pepe.
Hij heeft een kleine bar in de buurt van de St. Jacobskerk en is zeer begaan met de pelgrims. Morgen, zegt Pepe, ben ik al om vijf uur open, als je dan een ontbijt wilt kan ik er voor zorgen.
We worden uitgebreid geknuffeld en moeten met hem op de
foto.
Hij laat ook de boeken zien waarin alle pelgrims hebben gesigneerd en is daar geweldig trots op.
We beloven hem om morgen het ontbijt bij hem te nuttigen maar dan wel om 7 uur en niet om 5 uur. De deal is gemaakt.
En zo is ook dag 6 ten einde, morgen nog 1 te gaan dus de finale!!

 

Dag 7 Padrón naar Santiago de Compostela.

 

Om kwart voor zeven zijn we bij Pepe voor het ontbijt.
Hij maakt toastbrood met heerlijke marmelade en koffie of thee.
We kunnen net zoveel krijgen als we maar willen want zegt Pepe, “Het is nog een heel zwaar stuk naar Santiago de Compostela (het is nog 25.2 km. lopen) en de eerste Pelgrims komen hier al om rond zes uur voorbij”.
Als we naar buiten kijken zien we inderdaad hele groepjes in het donker verdwijnen.
Het is wat lastig het juiste pad te vinden daarom sprint Pepe om de haverklap naar buiten om te zeggen waar de pelgrims heen moeten. Pepe is echt een topvent die je erg graag ten dienste staat.

Het buikje zit vol en na hartelijk afscheid te hebben genomen van Pepe gaan we ook op pad voor het laatste stuk.
We beginnen op zeeniveau en stijgen dan langzaam naar 262 meter, het hoogste punt voor vandaag.
Ook zien we veel fietsers, vooral op mountainbikes; die zijn het meest geschikt voor dit werk.
De fietsers hebben het zeker niet gemakkelijk om onderdak te vinden. Het is een groot probleem voor hen om huisvesting te vinden na iedere etappe.
De regel is dat de lopende pelgrim altijd voor gaat en fietsers moeten wachten, vaak tot in de avond, of er nog een bed overblijft.
Na twee uur maken we onze eerste stop om wat te eten en te drinken. Op de route hebben we dan al diverse groepjes gepasseerd die wat vaker een rustpauze inlassen.

Er is een groepje van 8 tot 10 pelgrims die we laatste dagen al diverse malen hebben gepasseerd. Het loopvermogen van dat groepje levert een onrustbarend traag tempo op en de intervallen van pauzeren ook. Er zijn enkele pelgrims bij die kijken of ze hun laatste oortje allang hebben versnoept.

Op het hoogste punt van deze laatste etappe zo’n 8 km. voor de stad zien we voor het eerst de Kathedraal liggen. Dat is voor sommige mensen een aangrijpend moment.
In de wegkant zit een pelgrim en zegt met verstikte stem:
” Daar is het, heeft u hem ook al gezien?”
Geleidelijk dalen we richting het centrum. 7 km voor de finish krijgen we nog een prachtige Maria kapel op onze route te zien. Een student vertelt lyrisch over deze kapel en we krijgen de laatste stempel.
Op het bord boven de kapel staat nog 5.2 km te gaan, dit is echter niet zo, het is echt nog 7 km.
We zijn net de groep van 8 strompelende pelgrims weer gepasseerd en als die dit lezen en later op het officiële paaltje de juiste kilometerstand te zien krijgen zie je dat de moed uit hun sandalen sijpelt.
Op nog ongeveer 5 km. van het centrum maken we nog een pitstop om lekker wat te eten.
En weer, na 20 minuten, arriveren onze vrienden.
De gezichten staan nu toch wat vrolijker. Met nog een uur en een kwartier te gaan kan deze missie niet meer stuk.
En dat geldt uiteraard ook voor ons, alles heeft tot nog toe meegezeten. Perfect weer vanaf de eerste wandeldag, geen spat regen en met een zonnig humeur hebben we alle dagen gelopen.
Geen enkele blaar of ander ongemak heeft ons parten gespeeld.
Iedere nacht hebben we in een goed bed kunnen slapen om ’s morgens met veel plezier weer op pad te gaan.
Het is toch een rijkdom om dit mee te maken en fluitend gaan wij aan de laatste vijf kilometer beginnen.
Na zeven uur lopen zijn we op het grote plein voor de Kathedraal en zien we de een na de ander de telefoon pakken om te melden dat zij er ook zijn; een prachtig gezicht.

Na het tafereel op het plein te hebben bekeken gaan we ons melden bij “the office” die ons na het controleren van de stempels het officiële document overhandigd.
Terwijl we op de trap staan te wachten tot we aan de beurt zijn hoort Renée in het Nederlands dat 2 studenten? voor ons bij thuiskomst eerst een lijstje willen kopen bij “de Action”.
Renée raadt hen aan iets meer geld uit te geven voor zo’n waardevol document als de Compostela waar je zolang voor heb moeten lopen. Ze zeggen het in overweging te nemen maar dat ze dan eerst wat spaargeld moet vergaren. Ze hebben de laatste dagen buiten de nacht door gebracht omdat de prijzen van de Albergue met stip stijgen als je in de buurt van Santiago de Compostela komt. “Dat is alleen ’s morgens vroeg een beetje koud, verder lukt dat prima!”.

Zo komt er voor ons ook een eind aan deze geweldige ervaring. Terug naar de roots, nadenken over het leven en tevens genieten met iedere vezel van je lichaam.
Blij dat we dit kunnen doen en een aanrader voor iedereen die eens wat wil filosoferen over het leven en gelijk een brok cultuur wil opsnuiven. Morgen zijn we pelgrim af maar we zullen er vast vaak aan terug denken.

 

Voor 2013 staat de Camino Primitivo op het programma, deze loopt van Oviedo naar Santiago de Compostela!!

 

 

naamloos10-2

 

 

                 Groet, dos Péregrino’s Renée en Thomas

 

Thomas Outdoor & Recreatie
info@thomasschoots-web.nl